WAC Gemert

 


18 oktober 2018
Slidings in de zaal

Zoals te lezen valt in de spelregels van de Regio Peelland, welke u kunt inzien onder het kopje downloads van deze website, mag er in de zaal wel degelijk een sliding worden gemaakt. Maar er is een voorwaarden aan verbonden, de speler die de sliding uitvoert, mag hierbij met deze sliding geen gevaar en/of hinder zorgen voor de tegenstanders. Simpel gezegd mag een speler wanneer hij dat wenst een sliding maken van doellijn naar doellijn, zolang als hij hierbij maar geen tegenstander in gevaar brengt raakt of ernstig hindert. Ook mag een verdediger middels een sliding een bal voordat de bal de doellijn is gepasseerd, een doelpunt voorkomen. Ook hier is het dan ook weer van belang dat de spelers van het aanvallende team absoluut geen gevaar mogen lopen door deze sliding. Ditzelfde geldt dus ook voor de aanvallende partij die bijvoorbeeld een voorzet middels een sliding tot doelpunt wil promoveren. Dus zolang een uitgevoerde sliding maar geen gevaar oplevert voor de tegenstander en dat die tegenstander zich op een zodanige afstand bevind dat hij geen hinder ondervind van deze sliding is het dus geoorloofd! Ook horen wij nog wel eens dat de doelman wel een sliding mag maken omdat hij de doelverdediger is. Dit is absoluut niet waar, ook de doelverdediger moet bij het maken van een sliding zorgen dat deze sliding geen gevaar oplevert voor de tegenstander. Wanneer een scheidsrechter een sliding bestraft zit er automatisch een tijdstraf aan vast. Dit zelfde geldt dus ook bij het spelen van de bal waarbij de speler die de bal speelt op de speelvloer zit. Dus zitvoetbal is ook geoorloofd zolang als het maar geen gevaar of hinder oplevert voor de tegenstander. Uiteraard is het moeilijkste punt in deze gevallen de beslissing van de scheidsrechter. Deze zal moeten beslissen of de sliding gevaar of hinder oplevert voor de tegenstander. En evenals in het betaalde voetbal als hier bij de WAC Gemert, zal iedere scheidsrechter een betreffende sliding of zitvoetbal anders beoordelen, dat is nu eenmaal inherent aan het spelletje. Idem dat de ene scheidsrechter eerder de voordeelregel toepast dan de andere, of eerder een tijdstraf uitdeelt dan een andere scheidsrechter. De ene scheidsrechter zal eerder optreden tegen commentaar op zijn leiding terwijl een andere scheidsrechter een uit reactie gegeven commentaar anders beoordeelt. Nogmaals het zal altijd moeilijk blijven om een uniforme lijn te krijgen, maar de scheidsrechter dient wel de geldende spelregels naar eer en geweten toe te passen.

 

4 maart 2018
Gebruik van het reserve-keepersshirt

In deel 4 van de rubriek bericht van de scheids willen we even dieper ingaan op het “reserve-keepersshirt”. Veel deelnemers aan de zaalvoetbal competitie zijn niet voldoende of maar gedeeltelijk op de hoogte van het nut van dit reserve-shirt. Het kan namelijk op twee verschillende manieren worden gebruikt. Als eerste wanneer een team een beslissing wil forceren door met een meevoetballende doelman te gaan spelen. De meevoetballende doelman zorgt er eerst voor dat hij het reserve-keepersshirt aandoet en wacht vervolgens op de plaats waar normaal ook de overige spelers wisselen, op de doelman welke het speelveld eerst verlaten moet hebben. Vaak wordt dan door het eigen team op balbezit gespeeld, zodat er een correcte wissel plaats kan vinden.
Zodra de doelman buiten het speelveld is, mag de meevoetballende doelman zijn plaats onder de lat innemen als meevoetballende doelman.

Een andere situatie waarbij het reserve-keepersshirt van belang is en waar veel teams dit niet op waarde inschatten, is bij een tijdstraf van de doelman. Stel een doelman krijgt een twee minuten tijdstraf en moet plaats nemen op de strafbank. Een andere speler van zijn team trekt het reserve-keepersshirt aan en gaat het doel van zijn team verdedigen.
Wanneer de tijdstraf van de gestrafte doelman voorbij is, mag een wisselspeler van het team onmiddellijk zijn team  compleet gaan maken. De gestrafte doelman kan dan plaats nemen op de bank van de wisselspelers en het team c.q. coach kan besluiten om zo de wedstrijd verder te spelen.
Maar willen ze de oorspronkelijke doelman weer terug wisselen, dan moet de speler met het reserve-keepersshirt eerst weer het speelveld verlaten op de daarvoor bestemde wisselplaats, voordat de oorspronkelijke doelman weer het speelveld mag betreden.
Op deze manier kan men dit alleen maar invullen als het team beschikt over een juist reserve-keepersshirt en zodoende maakt het team optimaal gebruik van het reserve-keepersshirt.
Zorg dus altijd voor een reserve-keepersshirt en doe er je voordeel mee!
Indien men geen reserve-keepersshirt heeft, wordt er een boete geheven en dat is zonde, want je kunt het bedrag van de boete beter gebruiken.

 

5 februari 2018
3 seconden-regel gaat voor 3 meter-regel

In deel 3 van de rubriek bericht van de scheids willen we even dieper ingaan op de regel 3 seconden gaat voor de 3 meter. We zien heel vaak wanneer er gefloten wordt voor een overtreding, dat de partij die de vrije schop mag nemen, of wacht op een fluitsignaal óf ze vinden dat de tegenstander niet op de juiste afstand staat. De scheidsrechter hoeft niet te fluiten voor het nemen van de vrije schop, met uitzondering indien hij de tijd heeft laten stilzetten.
Wanneer de tegenstander niet op de vereiste 3 meter afstand staat, moet de nemer van de vrije schop deze toch binnen 3 seconden gewoon nemen. Als de nemer van de vrije schop last heeft van het feit dat de tegenstander niet op voldoende afstand staat dan dient de scheidsrechter af te fluiten voor het opnieuw nemen van de vrije schop en indien hij van mening is dat de tegenstander niet snel genoeg op de vereiste afstand is gaan staan, kan hij ook nog een tijdstraf geven. Let wel dat als de tegenstander niet snel genoeg weg kan dan hoeft er niet afgefloten te worden. Denk hierbij aan het feit dat de vrije schop bij wijze van voorbeeld meteen na het fluitsignaal genomen wordt.
Wij snappen dat er mensen zullen zijn die zullen zeggen dat er dan beter eerst de 3 meter in acht genomen moet worden, maar de Regionale spelregel commissie heeft besloten om snelheid in het spel te houden. Indien de scheidsrechter dus een snel genomen vrije schop af moet fluiten omdat de tegenstander niet op 3 meter staat, komt dit de snelheid van het zaalvoetbal niet ten goede en bovendien zou dan de partij waar een overtreding tegen is begaan, nogmaals worden benadeeld om de snel genomen vrije schop af te fluiten voor het niet op de juiste afstand staan van de tegenstander. Dus nogmaals zorg dat je de vrije schop binnen drie seconden neemt, want de 3 seconden gaat voor de 3 meter afstand.
Ook om de snelheid in het spel te houden is er de regel dat wanneer de intrap verkeerd wordt genomen, denk hierbij aan dat de voet(en) binnen het veld of op de lijn staan of de bal ligt niet op of tegen de buitenkant van de zijlijn, dan wordt dit bestraft met een vrije schop en niet met een nieuwe intrap. Wij zien vaak dat diegene die verkeerd heeft ingetrapt, waarneemt dat de tegenpartij ook in het veld staat en maakt dit dan kenbaar aan de scheidsrechter. Maar dat is dus toegestaan, dit omdat het een vrije schop is!!! Wanneer er een nieuwe intrap zou worden gegeven kan het dan dus voorkomen dat er soms wel drie keer een nieuwe intrap genomen zou moeten worden en dat komt de snelheid niet ten goede.
Volgende keer meer.

3 januari 2018
Terugspeelballen op de keeper

In deel 2 van de rubriek bericht van de scheids willen we even stilstaan bij situaties die vaak in een wedstrijd voorkomen. Spelers roepen vaak tegen hun doelman dat hij een terugspeelbal gewoon op mag rapen. Dit is echter niet juist.
Een bewust op de doelman teruggespeelde bal mag door de doelman niet met zijn handen worden beroerd. Ook een bal die bewust op hem terug wordt gekopt, mag hij niet met zijn handen beroeren. Wanneer er door de aanvallende partij een bal op doel wordt geschoten welke onbedoeld door een verdediger wordt aangeraakt, mag de doelman wel de bal in zijn handen nemen. Wanneer een doelman met de bal aan zijn voet zijn doelgebied heeft verlaten en dus als voetballer een aanval wil gaan opzetten, mag wanneer hij terug keert in zijn doelgebied, de bal niet oprapen. Hij moet via zijn voeten de bal spelen.
Voor alle duidelijkheid, zijn doelgebied is het gebied afgebakend door de zwart doorgetrokken cirkellijn.
De in de zaal veel gebruikte term “de stippellijn”, is de zogenaamde vrije schoplijn, vanwaar zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding, de vrije schop genomen moet worden door de aanvallende partij.  Wordt er door de aanvallende partij een overtreding gemaakt binnen de stippellijn, dan mag de verdedigende partij de vrije schop nemen op de plaats van de overtreding, dit om snelheid in het spel te houden. De verdedigende partij mag ook besluiten om de vrij schop op de stippel lijn te nemen, zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding. Hierbij moet de vrije schop wel binnen drie seconden worden genomen.
Wanneer de verdedigende partij een vrije schop binnen het doelgebied neemt dan moet de bal buiten het doelgebied zijn geweest voordat een medespeler de bal mag spelen.
Dan hebben we nog een belangrijk gebied, namelijk het strafschopgebied.
Dit gebied wordt bepaald door een zwarte lijn getrokken op 10 meter vanaf de doellijn en die van zijlijn naar zijlijn loopt. Overtredingen, zoals handsballen, zwaardere overtredingen en het ontnemen van een scoringskans door een overtreding begaan binnen het strafschopgebied, worden bestraft met een strafschop en vaak ook een tijdstraf. Het is dus absoluut niet zo dat het gebied afgebakend door de stippellijn het strafschopgebied is, wat vaak door veel spelers wordt gedacht. Volgende keer meer.

 

30 november 2017
Voordeel in de zaal

Op deze plek willen wij, scheidsrechters van de WAC Gemert, regelmatig situaties aangaande de spelregels in het zaalvoetbal onder ieders aandacht brengen. Als scheidsrechter maken wij vaak mee dat er onbegrip ontstaat wanneer wij voor een bepaalde overtreding  fluiten. Uiteraard weten wij dat we het niet altijd voor iedereen goed kunnen doen en dat wij ook fouten maken. Echter  helaas moeten wij ook concluderen dat men niet altijd voldoende op de hoogte is van de spelregels.
Zo komt het regelmatig voor dat er door spelers geroepen wordt dat  “er is geen voordeel in de zaal.” Maar dat is een groot misverstand, er is weldegelijk voordeel in de zaal. Om de snelheid in het spel te houden zal de scheidsrechter niet voor elke overtreding hoeven fluiten, maar de voordeelregel toepassen als dat mogelijk is. Nu kan het gebeuren dat door de gemaakte overtreding blijkt dat het beoogde  voordeel niet uit de verf komt. De scheidsrechter kan dan alsnog fluiten voor de eerder gemaakte overtreding en een vrij schop toekennen op de plaats waar de overtreding plaatsvond. Ook kan het gebeuren dat het voordeel wel werkt, maar dat de overtreding ook bestraft moet worden met een tijdstraf, de scheidsrechter geeft dit dan aan door zijn hand boven zijn hoofd te heffen. Wanneer er eventueel een doelpunt is gevallen of de bal is in het bezit van de tegenstander gekomen, dan zal de scheidsrechter alsnog de overtreder bestraffen met een tijdstraf. In het eerste geval zal het spel worden hervat met een beginschop en in het tweede geval zal het spel worden hervat met een scheidsrechtersbal. Wij hopen dat door het bovenstaande er wat meer begrip is voor het hanteren van de voordeelregel en wij realiseren ons terdege dat dit een moeilijk item voor de scheidsrechter is om toe te passen.
Mochten er vragen zijn over de spelregels dan kunnen die overigens ten alleen tijden per mail gesteld worden. Deze zullen dan beantwoord worden.

 

 

Copyright WAC Gemert, Cis Slits, Freek vd Wijdeven ©2006-2017